tel. 015 78 7600
of klant.BE@wolterskluwer.com

Interesse?

Wenst u meer nieuws, praktische informatie en wetgeving over vastgoed?


Nieuwe Europese richtlijn betreffende de energieprestatie van gebouwen

Nieuws - 14/05/2024
-
Auteur(s): 
Droits Quotidiens Legal Design


Richtlijn 2024/1275 van het Europees Parlement en de Raad van 24 april 2024 betreffende de energieprestatie van gebouwen voert nieuwe maatregelen in om het energieverbruik en de emissie van broeikasgassen van gebouwen te verminderen. Ze voert een herschikking van richtlijn 2010/31/EU door.

Doelstellingen: 3 belangrijke data

De door de richtlijn ingevoerde maatregelen hebben de volgende doelstellingen:
tegen 2050: een emissievrij gebouwenbestand;
tegen 2040: afschaffen van verwarmingsketels op fossiele brandstoffen;
Vanaf 2030: nieuwe gebouwen moeten emissievrij zijn.

Nationaal renovatieplan

De richtlijn bepaalt dat elke lidstaat een nationaal renovatieplan voor gebouwen moet opstellen, teneinde de bestaande gebouwen om te vormen tot emissievrije gebouwen.
Om de 5 jaar moet een ontwerpplan worden opgesteld en bij de Commissie worden ingediend. Het eerste ontwerp van het plan moet uiterlijk op 31 december 2025 bij de Commissie worden ingediend.

Nieuwe en bestaande gebouwen

De lidstaten moeten ervoor zorgen dat nieuwe gebouwen emissievrij zijn vanaf 1 januari 2030, uitgezonderd gebouwen van overheidsinstanties waar deze eis van toepassing is met ingang van 1 januari 2028.
De lidstaten moeten het nodige doen om ervoor te zorgen dat, wanneer bestaande gebouwen een ingrijpende renovatie ondergaan, de energieprestatie ervan wordt opgevoerd tot het niveau van de minimumeisen inzake energieprestaties, voor zover technisch, functioneel en economisch haalbaar.

Niet voor bewoning bestemde en voor bewoning bestemde gebouwen

De lidstaten moeten 16% van de minst goed presterende van hun niet voor bewoning bestemde gebouwenbestand renoveren tegen 2030 en tegen 2033 de 26% minst goed presterende, door minimumeisen voor energieprestaties toe te passen.
Zij moeten ervoor zorgen dat het gemiddelde primaire energieverbruik van het volledige woningenbestand tegen 2030 met minstens 16% afneemt en met minstens 20-22% tegen 2035.

Zonne-energie

De lidstaten moeten ervoor zorgen dat alle nieuwe gebouwen zodanig worden ontworpen dat hun potentieel voor de opwekking van zonne-energie wordt geoptimaliseerd, zodat zonne-energietechnologieën achteraf kunnen worden geïnstalleerd.
Voor zover dit technisch geschikt en economisch en functioneel haalbaar is, moeten de lidstaten tegen 2030 en volgens de grootte ervan bestaande overheidsgebouwen en niet voor bewoning bestemde gebouwen, alsook nieuwe voor bewoning bestemde gebouwen uitrusten met zonne-energie-installaties.

Emissievrije gebouwen

De lidstaten moeten ervoor zorgen dat de energievraag van een emissievrij gebouw voldoet aan een maximumdrempel, die ten minste 10% onder de drempel voor het totale primaire energieverbruik ligt dat voor bijna-energieneutrale gebouwen op 28 mei 2024 is vastgesteld.
In de mate waarin het technisch en economisch haalbaar is, zorgen de lidstaten ervoor dat het totale jaarlijkse primaire energieverbruik van een emissievrij gebouw wordt gedekt door:
ter plaatse of in de nabijheid opgewekte hernieuwbare energie;
hernieuwbare energie die wordt geleverd door een hernieuwbare-energiegemeenschap;
een efficiënt systeem voor stadsverwarming en -koeling;
energie uit koolstofvrije bronnen.

Financiële stimulansen

De lidstaten voorzien in financiering, ondersteunende maatregelen en andere middelen om ervoor te zorgen dat de nodige investeringen worden gedaan met het oog op de transformatie van het nationale gebouwenbestand tot emissievrije gebouwen tegen 2050.
Daartoe zorgen ze onder meer voor:
het vereenvoudigen van de procedures voor toekenning van overheidsfinanciering;
het wegwerken van belemmeringen in verband met de aanloopkosten van renovaties;
het ter beschikking stellen van het publiek van de informatie over financiering en financiële instrumenten;
het vergemakkelijken van het samenvoegen van projecten;
het bevorderen van onderwijs en opleiding om te voldoen aan de behoeften in de gebouwensector;
geen financiële stimulansen meer te geven voor de installatie van fossiel gestookte op zichzelf staande verwarmingsketels;
het stimuleren van grondige renovatie.

Eénloketsystemen

De richtlijn vraagt de lidstaten faciliteiten voor technische bijstand beschikbaar te stellen door middel van éénloketsystemen.
Ze moeten ervoor zorgen dat éénloketsystemen beschikbaar zijn op hun hele grondgebied. De richtlijn legt daarbij een aantal eisen op.

Inwerkingtreding

Artikelen 1 tot 3 en 5 tot 29 en 32 alsook bijlagen I tot III en V tot X moeten door de lidstaten worden omgezet tegen uiterlijk 29 mei 2026.
Artikel 17, §5 moet worden omgezet tegen uiterlijk 1 januari 2025.
Deze richtlijn treedt in werking op 28 mei 2024, terwijl de artikelen 30 tot 34 van toepassing zijn met ingang van 30 mei 2026.

Zie ook:
Geraakte artikels: