tel. 015 78 7600
of klant.BE@wolterskluwer.com

Interesse?

Wenst u meer nieuws, praktische informatie en wetgeving over vastgoed?



Fiscus publiceert geïndexeerde bedragen inkomstenbelastingen voor aanslagjaar 2021

Nieuws - 13/02/2020
-
Auteur(s): 
Christine Van Geel


De belastingadministratie heeft in het Belgisch Staatsblad van 13 februari 2020 de tabellen gepubliceerd met de basisbedragen en de geïndexeerde bedragen inzake inkomstenbelastingen voor het aanslagjaar 2021 (aj. 2021), die voorkomen in het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (WIB 1992).

Aj. 2021: geen indexering voor…

De volgende bedragen, die gelden voor het aanslagjaar 2021, werden niet geïndexeerd en blijven dus ongewijzigd t.o.v. de bedragen voor het aanslagjaar 2020:
vrijgesteld bedrag van de vergoedingen door de werkgever toegekend als terugbetaling of betaling van reiskosten van de woonplaats naar de plaats van tewerkstelling voor zover de werknemer, die aanspraak maakt op de forfaitaire beroepskosten, de verplaatsing maakt met een ander vervoermiddel dan het openbaar gemeenschappelijk vervoer of het georganiseerd gemeenschappelijk vervoer van personeelsleden (art. 38, § 1, 1ste lid, 9°, c, WIB 1992): € 410;
maximumbedrag vrijstelling fietsvergoeding (rijwiel, gemotoriseerd rijwiel of speed pedelec) per kilometer (art. 38, § 1, 1ste lid, 14°, WIB 1992): € 0,24;
maximumbedrag vrijstelling opleidingspremies die door een gewest of de Duitstalige gemeenschap worden toegekend en die voldoen aan de in artikel 38, § 7, bedoelde voorwaarden (art. 38, § 1, 1ste lid, 34°, WIB 1992): € 360;
maximum aftrek kosten per km met de fiets (art. 66bis, 3de lid, WIB 1992): € 0,24;
minimumbedrag van de vermeerdering ingeval geen of ontoereikende voorafbetalingen gedaan zijn (art. 163, WIB 1992): € 80;
gewestelijke weerwerkpremie: maximumbedrag van de brutopremie per maand (art. 171, 7°, WIB 1992): € 200;
verhoging van het in het 2de lid vermelde bedrag wanneer de belastingplichtige 3 of meer kinderen ten laste heeft op 1 januari van het jaar na dat waarin de leningsovereenkomst is afgesloten (art. 145(37), § 2, 3de lid, WIB 1992; Brussels Hoofdstedelijk Gewest): € 80; Opgelet! Dit bedrag is enkel van toepassing onder de voorwaarden van artikel 145(36bis), WIB 1992;
bedrag van het belastingkrediet voor meewerkende echtgenoten (art. 289ter, § 2, 5de lid, WIB 1992): € 330;
vrijgestelde interesten of dividenden van vennootschappen met een sociaal oogmerk (art. 21, eerste lid, 10°, WIB 1992): € 200;
maximum belastingvermindering per belastbaar tijdperk (art. 145(32), 4de lid, WIB 1992): € 330;
minimumbedrag van een gift dat recht geeft op belastingvermindering (art. 145(33), § 1, 2de lid, WIB 1992): € 40;
maximumbedrag van de premie voor een rechtsbijstandsverzekering die in aanmerking komen voor belastingvermindering (art. 145(49), WIB 1992): € 310;
vrijgestelde dividenden van erkende coöperatieve vennootschappen (art. 185, § 1, WIB 1992): € 200;
verhoging van het in het eerste lid vermelde bedrag wanneer de belastingplichtige drie of meer kinderen ten laste heeft op 1 januari na het afsluiten van het leningscontract (art. 115, 2de lid, WIB 1992): € 80;

Forfaitaire beroepskosten aj. 2021

De inkomensschijven en percentages voor de berekening van de forfaitaire beroepskosten zien er voor het aj. 2020 als volgt uit (art. 51, 1ste en 2de lid, WIB 1992):
voor bezoldigingen van werknemers en winstenbehalers:
-
30% van de eerste schijf tot € 16.266,64;
voor bezoldiging van bedrijfsleiders:
-
3% van de eerste schijf tot € 85.999,83;
voor bezoldigingen van meewerkende echtgenoten:
-
5% van de eerste schijf tot € 85.799,89;
voor batenbehalers:
-
28,7% van de eerste schijf tot € 6.210;
-
10% van de schijf van € 6.210 tot € 12.330;
-
5% van de schijf van € 12.330 tot € 20.530;
-
3% van de schijf van € 20.530 tot € 70.054,16;
-
0% vanaf € 70.054,17.

Maximumbedrag van de forfaitaire beroepskosten voor het aj. 2021 (art. 51, 3de lid, WIB 1992):
bezoldigingen van werknemers en winstenbehalers: € 4.880;
bezoldigingen van bedrijfsleiders: € 2.580;
bezoldigingen van meewerkende echtgenoten en batenbehalers: € 4.290.

Tarieven PB aj. 2021

De tarieven van de personenbelasting voor het aj. 2021 zien er als volgt uit (art. 130, WIB 1992):
25% voor de inkomensschijf tot € 13.440;
40% voor de schijf van € 13.440 tot € 23.720;
45% voor de schijf van € 23.720 tot € 41.060;
50% voor de schijf boven € 41.060.

Wanneer er een gemeenschappelijke aanslag wordt gevestigd, wordt het belastingtarief toegepast op het belastbare inkomen van elke belastingplichtige.

Belastingvrije som aj. 2021

De volgens artikel 130 van het WIB 1992 berekende basisbelasting (PB) wordt verminderd met de belasting op de belastingvrije som.

Voor het aj. 2021 wordt de belasting op de belastingvrije som bepaald op (art. 134, § 2, 2de lid, WIB 1992):
25% voor de eerste schijf van de belastingvrije som tot € 9.450;
30% voor de schijf van de belastingvrije som van € 9.450 tot € 13.440;
40% voor de schijf van de belastingvrije som van € 13.440 tot € 22.400;
45% voor de schijf van de belastingvrije som van € 22.400 tot € 41.060;
50% voor de schijf van de belastingvrije som boven € 41.060.

Bron: Federale Overheidsdienst Financiën. Algemene Administratie voor Beleidsexpertise- en ondersteuning. - Dienst Reglementering. - Bericht in verband met de automatische indexering inzake inkomstenbelastingen. - Aanslagjaar 2021, BS 13 februari 2020.
Zie ook:
Algemene Administratie voor Beleidsexpertise- en ondersteuning. - Dienst Reglementering. - Bericht in verband met de automatische indexering inzake inkomstenbelastingen. - Aanslagjaar 2020 - Vervanging, BS 13 februari 2020.