tel. 015 78 7600
of klant.BE@wolterskluwer.com

Interesse?

Wenst u meer nieuws, praktische informatie en wetgeving over vastgoed?



Meer uniformiteit in Vlaamse bestuurlijke handhaving

Nieuws - 14/05/2019
-
Auteur(s): 
Ilse Vogelaere


Vlaanderen heeft een kaderdecreet voor de bestuurlijke handhaving. Met dit algemeen kader kan een eind komen aan de huidige grote verschillen in de bestuurlijke handhaving. Die is op dit moment sectoraal geregeld.

Sectorale vrijheid

Op dit moment is de bestuurlijke handhaving heel verschillend geregeld. De sectorspecifieke regelingen kunnen heel sterk van elkaar afwijken. De gestroomlijnde bestuurlijke handhaving van het nieuwe decreet moet daar verandering in brengen. Maar dat gebeurt niet automatisch: de sectorale regelgeving kan uitdrukkelijk - geheel of gedeeltelijk - toetreden tot het nieuwe kader. Dat gebeurt via sectorspecifieke implementatiedecreten, waarbij de decreetgever ook kan beslissen om bepaalde hoofdstukken of artikelen van de nieuwe Vlaamse handhaving niet toepasselijk te maken in een specifieke sector. Het kaderdecreet blijft in zijn verhouding tot de sectorale regels dus altijd van aanvullend recht. Bepalingen van het inhoudelijke sectordecreet die van het kaderdecreet afwijken bijven steeds voorrang hebben.

Aanbouwdecreet

Het nieuwe kaderdecreet behandelt heel wat zaken van bestuurlijke handhaving, maar nog niet alles. Worden al geregeld: het bestuurlijk toezicht, de bestuurlijke opsporing, de bestuurlijke vervolging en de bestuurlijke sanctie. In een tweede fase zullen daar nog de bestuurlijke maatregelen bijkomen.

Volwaardig alternatief voor strafrechtelijke handhaving

Het nieuwe kaderdecreet bouwt de bestuurlijke handhaving van schendingen van de Vlaamse regels uit tot een veralgemeend en volwaardig alternatief voor de strafrechtelijke handhaving. Met een evenwaardige focus op de rechtsbescherming van de burger, zoals bijvoorbeeld de ‘Salduz’-waarborgen bij verhoor of een zwijgrecht bij opsporing.

Bestuurlijk toezicht

Het bestuurlijk toezicht gaat na of de Vlaamse regels worden nageleefd en moet die naleving bevorderen, beveiligen of herstellen. Opsporing in functie van bestraffing of bestuurlijke sanctionering is hier niet aan de orde.

Het bestuurlijk toezicht gebeurt niet alleen door de reguliere politie, maar ook door gemeentelijke, provinciale en gewestelijke toezichthouders. Het kaderdecreet omschrijft duidelijk de toezichtrechten van de toezichthouders. Zij gaan onder meer over het toegangsrecht, de controle van vervoermiddelen, de identiteitscontrole, het recht op medewerking, de vaststelling met audiovisuele middelen, het recht op het nemen van bewarende maatregelen en het recht op bijstand van bv. politie of deskundigen. De toezichthouder kan raadgevingen en waarschuwingen geven.

Bestuurlijke opsporing

Het bestuurlijk toezicht eindigt zodra de toezichthouder vermoedt dat er een misdrijf (strafsancties) of een inbreuk (bestuurlijke sancties) is gepleegd. Het toezicht gaat op dat moment over in een strafrechtelijke (bij een vermoed misdrijf) of bestuurlijke opsporing (bij een vermoede inbreuk). Als hij daar bevoegd voor is, vat de toezichthouder zelf het strafrechtelijk of bestuurlijk opsporingsondezoek aan. Is hij niet bevoegd, dan stelt hij een pv of een verslag van vaststelling op zodat het dossier kan doorgegeven worden aan de opsporingsagenten. Als de toezichthouder geen pv mag opstellen, heeft hij een aanmeldingsplicht bij het openbaar ministerie of de vervolgingsinstantie.

Het onderscheid tussen bestuurlijk toezicht en bestuurlijke opsporing is van groot belang. In de toezichtsfase geldt een medewerkingsplicht, in de fase van de bestuurlijke opsporing niet. Hier geldt een zwijgrecht en mag geen wilsafhankelijke informatie – zoals bv. privébriefwisseling – opgevraagd worden.

De bestuurlijke opsporingsagenten hebben tal van eigen bevoegdheden (bv. verhoren van verdachten en getuigen, onmiddellijke betreding bij heterdaad…). Bovendien mogen de personen die zowel toezichthouder als bestuurlijke opsporingsagent zijn, hun toezichtrechten blijven gebruiken tijdens de opsporingsfase.

Het bestuurlijk opsporingsonderzoek kan opgestart worden in twee gevallen:
bij een redelijk vermoeden van een inbreuk op Vlaamse regels; of
als de vervolgingsinstantie dat beslist nadat het OM de zaak heeft geseponeerd.
Alle handelingen die regelmatig gesteld zijn in het strafrechtelijk opsporingsonderzoek worden vanaf de beslissing van de vervolgingsinstantie om een bestuurlijk opsporingsonderzoek op te starten gelijkgesteld met regelmatige handelingen van bestuurlijk opsporingsonderzoek.

Het bestuurlijk opsporingsonderzoek eindigt met een beslissing van de vervolgingsinstantie: bestuurlijk sepot of bestuurlijke vervolging.

Bestuurlijke vervolging en sanctionering

Of het al dan niet tot een bestuurlijke vervolging komt, hangt dus af van de beslissing van de vervolgingsinstantie. Het gaat niet om één bestuurlijke vervolgingsinstantie, wel om ambtenaren of entiteiten van de Vlaamse overheid die – hetzij binnen een bepaald beleidsdomein, hetzij voor een bepaalde regelgeving – hiermee belast worden. De vervolgingsinstantie kan met het OM een protocolakkoord afsluiten waarin wordt overeengekomen om bepaalde misdrijven in beginsel altijd bestuurlijk te vervolgen.

De vervolgingsinstantie beoordeelt of het bestuurlijk sanctiedossier volledig is en ziet er op toe dat het onderzoek zowel à charge als à décharge wordt gevoerd. Ze kan beslissen tot bestuurlijke vervolging of tot bestuurlijke seponering. Wanneer ze beslist tot bestuurlijke vervolging kan ze - voor ze het dossier doorstuurt naar de beboetingsinstantie - een minnelijke schikking voorstellen. De betaling van de voorgestelde geldsom maakt de bestuurlijke vervolging definitief onmogelijk. 

De beboetingsinstantie staat in voor de bestuurlijke vervolging. Ze neemt een beslissing binnen 180 dagen na ontvangst van het vervolgingsbericht. Tegen de beslissing van de beboetingsinstantie is beroep mogelijk bij de Raad van State. Of bij een ander administratief rechtscollege of een rechtbank als de sectorale regeling daar uitdrukkelijk voor kiest.

Sancties

De voornaamste sanctie binnen de bestuurlijke handhaving is de bestuurlijke geldboete. Bestuurlijk vervolgde misdrijven worden gesanctioneerd met een alternatieve bestuurlijke geldboete. De minima en maxima van die alternatieve geldboete zijn afgestemd op de straffen die op het misdrijf staan. 

Aanvullend op de geldboete is ook een bestuurlijke verbeurdverklaring mogelijk of bijvoorbeeld de uitsluiting van steun.

Bestuurlijk sanctieregister

Er komt een bestuurlijk sanctieregister, met daarin alle beslissingen van de vervolgings- en beboetingsinstanties. Zij hebben, net als onder meer de strafgerechten en de parketten, rechtstreeks en onbeperkt toegang tot het register.

In het register staan, naast de identificatie van de gesanctioneerde personen en de aard van de gepleegde feiten, alle opgelegde definitieve bestuurlijke sancties en de voorstellen tot betaling van een geldsom die tijdig en integraal zijn betaald. Het bevat ook alle beslissingen van de vervolgingsinstanties over het opstarten van een bestuurlijk opsporingsonderzoek na strafrechtelijke seponering, over het bestuurlijk sepot en over de bestuurlijke vervolging.  

Databank rechtspraak

Alle rechtspraak over de handhaving van de Vlaamse regelgeving komt in een elektronische databank. Ook de uitspraken van de strafgerechten die gegrond zijn op strafbaarstellingen in Vlaamse regelgeving, De databank is vrij te consulteren op het internet. 

Inwerkingtreding

Het nieuwe kaderdecreet treedt in werking op 23 mei 2019. Behalve de regels rond het sanctieregister en de databank. Die treden pas in werking op een datum die de regering nog moet vastleggen.

Bron: Kaderdecreet van 22 maart 2019 betreffende de bestuurlijke handhaving, BS 13 mei 2019