tel. 015 78 7600
of klant.BE@wolterskluwer.com

Interesse?

Wenst u meer nieuws, praktische informatie en wetgeving over vastgoed?



Fiscaal luik van de wet op het onbelast bijverdienen

Nieuws - 09/08/2018
-
Auteur(s): 
Karin Mees


De wet die het onbelast bijverdienen regelt is uiteindelijk op 26 juli 2018 in het Belgisch Staatsblad verschenen. Ze maakt het mogelijk voor werknemers om in hun vrije tijd tegen betaling bij te klussen, tot 6.130 euro per kalenderjaar (geïndexeerd bedrag voor aj. 2019; basisbedrag 3.830 euro) en zonder er belastingen of sociale bijdragen op hoeven te betalen. Het moet wel gaan om verenigingswerk, occasionele diensten tussen burgers of diensten in de deeleconomie. De inkomsten uit verenigingswerk en uit diensten aan burgers mogen samen bovendien niet meer dan 510,83 euro per maand (geïndexeerd bedrag voor aj. 2019) bedragen. Onbelast bijverdienen zonder belastingen of sociale bijdragen te moeten betalen is mogelijk voor werknemers die minstens vier vijfde werken, voor zelfstandigen in hoofdberoep en voor gepensioneerden.

Opgelet want sinds 15 juli 2018 moeten klussen tegen betaling ook aangegeven worden op de website www.bijklussen.be, de elektronische applicatie van de overheid. Die geeft in de drie landstalen per activiteit praktische informatie én info over het invullen van de aangifte.

Wat betreft het fiscale luik van deze nieuwe wet van 18 juli 2018, worden er wijzigingen aangebracht:
aan het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, in verband met de fiscale vrijstelling voor inkomsten uit verenigingswerk, occasionele diensten tussen burgers en de deeleconomie, en
aan het Btw-wetboek, in verband met het niet-toekennen van een btw-identificatienummer.

Aangifte

Wanneer een vereniging een beroep doet op iemand die in zijn vrije tijd een betaalde taak komt uitvoeren, moet deze vereniging daarvan aangifte doen via de nieuwe onlinedienst ‘Bijklussen’ (bestaat al sinds 15 juli 2018). Als een burger in zijn vrije tijd een klus opknapt voor een andere burger, moet die burger zelf de aangifte doen. Deeleconomieplatformen moeten hun inkomsten zelf aan de overheid doorgeven.

De onlinedienst Bijklussen die nodig is om de aangifte te doen, is beschikbaar via de website www.bijklussen.be. Bij elke activiteit staat er praktische informatie en info over het invullen van de aangifte.

Fiscale vrijstelling

De nieuwe wet van 18 juli 2018 voorziet in een fiscale vrijstelling voor inkomsten uit verenigingswerk, occasionele diensten tussen burgers en de deeleconomie. Het past daarom verschillende bepalingen van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 aan.

Het kader voor de deeleconomie werd al door de programmawet van 1 juli 2016 ingevoegd in het WIB 1992 (art. 90, eerste lid, 1°bis, en tweede en derde lid).

Winst of baten die voortkomen uit diensten geleverd in het kader van de deeleconomie, van occasionele diensten tussen burgers en van het verenigingswerk, worden vrijgesteld van inkomstenbelastingen wanneer het brutobedrag van die inkomsten samengenomen niet meer bedraagt dan 3.830 euro (basisbedrag; geïndexeerd bedrag voor aj. 2019: 6.130 euro) op jaarbasis. Van zodra die inkomsten meer bedragen, vervalt de vrijstelling en zullen de inkomsten uit verenigingswerk, uit occasionele diensten tussen burgers en uit de deeleconomie in beginsel volgens de gewone regels als beroepsinkomsten worden belast (en niet als diverse inkomsten), naargelang het geval als bezoldigingen van werknemers, winst of baten vanaf de eerste euro.

Het brutobedrag van de inkomsten uit diensten geleverd in het kader van de deeleconomie omvat het bedrag dat door of door tussenkomst van het platform daadwerkelijk is betaald of toegekend, verhoogd met alle sommen die door het platform of door tussenkomst van het platform zijn ingehouden.

Het brutobedrag van de inkomsten die voortkomen uit diensten geleverd in het kader van occasionele diensten tussen burgers en van het verenigingswerk omvat elk bedrag dat ten voordele van de belastingplichtige is geregistreerd op de website www.bijklussen.be.

Om te beoordelen of het vermelde bedrag is overschreden:
worden de inkomsten die als beroepsinkomsten worden aangemerkt eveneens in rekening gebracht;
worden enkel de inkomsten in rekening gebracht die ten voordele van de belastingplichtige zijn geregistreerd en betrekking hebben op prestaties in het betrokken kalenderjaar.

De inkomsten die als beroepsinkomsten worden aangemerkt, komen met andere woorden dus niet in aanmerking voor de vrijstelling, maar worden wel in rekening gebracht om te bepalen of de jaargrens van 3.830 euro (basisbedrag) wordt overschreden.

De inkomsten die zijn vrijgesteld, worden vermeld op de berekeningsnota die is gevoegd bij het aanslagbiljet inzake personenbelasting van de belastingplichtige.

De inkomsten uit occasionele diensten tussen burgers en uit de deeleconomie en de vergoedingen voor verenigingswerk die als diverse inkomsten belastbaar zijn, zullen worden belast tegen het tarief van 33%, tenzij de globalisatie voordeliger is.

De nieuwe wet van 18 juli 2018 past ook de regels aan voor niet-inwoners.

De nieuwe regeling voor inkomsten uit verenigingswerk en uit occasionele diensten tussen burgers en de aangepaste regels voor inkomsten uit de deeleconomie zijn van toepassing op de inkomsten die worden behaald of verkregen vanaf 1 januari 2018 (er is een uitzondering voor artikel 50, 2°, van de wet van 18 juli 2018, dat uitwerking heeft op de vanaf 1 juli 2016 betaalde of toegekende inkomsten).

Btw

De nieuwe wet van 18 juli 2018 wijzigt daarnaast artikel 50, § 4, van het Btw-wetboek.

Paragraaf 4 van dat artikel 50 stelt voortaan dat de btw-administratie geen btw-identificatienummer toekent aan de belastingplichtigen wanneer de volgende voorwaarden vervuld zijn:
de plaats van de diensten is in België;
de diensten worden verricht voor andere doeleinden dan die van de gebruikelijke economische activiteit van de belastingplichtige;
de diensten worden uitsluitend verricht voor natuurlijke personen die ze bestemmen voor hun privégebruik of dat van andere personen;
de diensten worden uitsluitend verricht in het kader van:
a) overeenkomsten die tot stand zijn gebracht door tussenkomst van een erkend elektronisch platform;
b) overeenkomsten voor occasionele diensten tussen burgers;
de vergoedingen met betrekking tot de onder a) bedoelde diensten worden enkel door het in die bepaling bedoelde platform of door tussenkomst van dat platform aan de dienstverrichter betaald of toegekend;
alle diensten bedoeld onder b) en de voor de diensten overeengekomen vergoeding worden geregistreerd in de elektronische toepassing bedoeld in artikel 25 van de wet van 18 juli 2018;
de omzet die bestaat uit de overeengekomen vergoedingen, met inbegrip van alle sommen die door dat platform of door tussenkomst van dat platform zijn ingehouden, verhoogd met de omzet die bestaat uit die vergoedingen, bedraagt per kalenderjaar niet meer dan 3.830 euro, geïndexeerd overeenkomstig artikel 178, § 1 en § 3, eerste lid, 2°, van het WIB 1992.

Deze bepalingen met betrekking tot de btw hebben uitwerking met ingang van 1 januari 2018.

Bron: Wet van 18 juli 2018 betreffende de economische relance en de versterking van de sociale cohesie, BS 26 juli 2018.
Zie ook:
- Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde van 3 juli 1969, BS 17 juli 1969 (Btw-wetboek) (art. 50, § 4).