tel. 015 78 7600
of klant.BE@wolterskluwer.com

Interesse?

Wenst u meer nieuws, praktische informatie en wetgeving over vastgoed?


Grondwettelijk Hof laat grootste deel van Vlaams Gemeentewegendecreet overeind, maar vernietigt bepaling over verplaatsing van gemeentewegen

Nieuws - 08/10/2021
-
Auteur(s): 
Droits Quotidiens Legal Design


Het Grondwettelijk Hof heeft zich op 7 oktober 2021 voor het overgrote deel positief uitgesproken over het Vlaams Gemeentewegendecreet van 3 mei 2019. Nagenoeg alle beroepen tot vernietiging zijn verworpen, met uitzondering van een beperkte vernietiging en de interpretatie van een bepaling met betrekking tot de verplaatsing van gemeentewegen.

Vlaams Gemeentewegendecreet

Het Vlaams Gemeentewegendecreet van 3 mei 2019 voert een uniform juridisch statuut in voor alle wegen waarvan een Vlaamse gemeente de beheerder is met als bedoeling de versnipperde regelgeving m.b.t. gemeentewegen te harmoniseren en te moderniseren.

De bepalingen zijn van toepassing op alle openbare wegen die onder het rechtstreekse en onmiddellijke beheer van de gemeente vallen, ongeacht de eigenaar van de grond (ook buurtwegen die binnen een specifieke categorie van gemeentewegen vallen). Het decreet bevat vooral algemene doelstellingen en principes waarbij de gemeenten de mogelijkheid hebben om die verder te verfijnen in een gemeentelijk beleidskader. Ter uitvoering daarvan, kan een gemeente actieplannen opmaken. Het is de gemeenteraad die beslist over de aanleg, wijziging, verplaatsing en opheffing van gemeentewegen. Tegen die beslissing kan administratief beroep worden ingediend bij de Vlaamse regering.

Daarnaast bevat het Vlaams Gemeentewegendecreet nog regels voor de realisatie van gemeentewegen, de afpaling en het beheer ervan, de verjaring en een kader voor de vergoeding bij waardevermindering of waardevermeerdering van gronden waarop een gemeenteweg ligt. Tot slot voorziet de decreetgever de nodige handhavingsmogelijkheden voor de gemeenten.

Kritiek

Maar al van bij de publicatie doet de tekst heel wat stof opwaaien. Het maakte al voorwerp uit van een vordering tot schorsing (die uiteindelijk op 6 februari 2020 door het Grondwettelijk Hof op procedurele gronden werd afgewezen (arrest 13/2020) en een vordering tot vernietiging die eind 2019 door onder meer Landelijk Vlaanderen is ingediend en waarover het Hof zich nu heeft uitgesproken.

De decreetgever zou volgens de verzoekers onder maatschappelijk druk te veel oog hebben gehad voor de lusten van gemeentewegen zoals hun openstelling voor het publiek en te weinig voor de eigenaars die de lasten ervan moeten dragen.

Niet gevolgd

De verzoekers van de vordering tot vernietiging hekelen verschillende aspecten van het decreet. Zo hebben ze kritiek op het feit dat bij een administratief beroep de Vlaamse regering het rooilijnplan slechts wegens een beperkt aantal motieven kan vernietigen, zonder dat rekening wordt gehouden met het al dan niet correct begroten van de waardevermindering. Iets dat onvoldoende rechtsbescherming zou bieden.

Maar het Hof volgt deze redenering niet. ofHohOTegen de beslissing van de Vlaamse regering kan immers een vordering tot schoring en een beroep tot nietigverklaring worden ingesteld bij de Raad van State en die zal een volwaardige toetsing doorvoeren zowel aan de wet als aan de algemene rechtsbeginselen.

En ook de andere opgeworpen punten legt het Hof naast zich neer. Met één uitzondering…

Vernietiging

De verzoekers klagen aan dat het decreet een onverantwoord verschil in behandeling invoert tussen de eigenaar van een grond waarop een nieuwe gemeenteweg wordt aangelegd, en de eigenaar van een grond waarop een bestaande gemeenteweg wordt aangelegd, gewijzigd of verplaatst. In het eerste geval is de gemeente in beginsel gehouden de nodige grond te verwerven, eventueel in de vorm van een onteigening, waarbij de eigenaar recht heeft op een integrale schadeloosstelling. De eigenaar beschikt hier bovendien over een beroepsmogelijkheid bij een rechter met volle rechtsmacht. In het tweede geval heeft de vaststelling van het rooilijnplan de automatische vastlegging van een publieke erfdienstbaarheid van doorgang tot gevolg, waarbij de eigenaar enkel recht heeft op een vergoeding voor de waardevermindering. Bovendien kan uit het decreet volgen dat die waardevermindering enkel betrekking heeft op de grond, en niet op de gebouwen die op die grond gevestigd zijn.

Hier volgt het Hof de redenering van de verzoekers wel. Het ziet niet in waarom ten aanzien van de eigenaar van de grond waarop een nieuwe gemeenteweg of nieuw wegdeel zal worden gesitueerd bij een verplaatsing geen wervingsplicht op de gemeente rust, terwijl die plicht wel bestaat wanneer de aanleg van een nieuwe gemeenteweg niet het gevolg is van een verplaatsing. De verwervingsplicht geldt volgens het Hof in beide situaties. Evenmin ziet het Hof in waarom de verplaatsing van een gemeenteweg, in tegenstelling tot de aanleg ervan, zou moeten gelden als titel voor de vestiging van een erfdienstbaarheid van doorgang. Dit aspect wordt dan ook vernietigd. Het Hof vernietigt meer concreet de woorden ‘of verplaatsing’ in artikel 26§3 van afdeling 5 ‘Realisatie van gemeentewegen’ van het Vlaams Gemeentewegendecreet.

Wat het vergoedingssysteem bij meer- of minderwaarde van het perceel waarop een gemeenteweg ligt, betreft: hier is geen sprake van een onevenredige beperking van het eigendomsrecht. Dat is ook niet het geval voor de regeling m.b.t. het ontstaan en de opheffing van gemeentewegen wegens langdurig (niet-)gebruik, aangezien de gemeentelijke beslissingen hierover altijd kunnen worden betwist bij de rechtbank.

Zie ook
Geraakte artikels
Vlaams Gemeentewegendecreet, art. 26§3