tel. 015 78 7600
of klant.BE@wolterskluwer.com

Interesse?

Wenst u meer nieuws, praktische informatie en wetgeving over vastgoed?



Vlaamse overheid is strenger voor onroerenderfgoedgemeenten (diversebepalingenbesluit OE)

Nieuws - 10/01/2019
-
Auteur(s): 
Carine Govaert


Steden en gemeenten die hun onroerenderfgoedbeleid zelf willen aansturen in plaats van dat over te laten aan het gewestelijk Agentschap Onroerend Erfgoed, kunnen een erkenning vragen als onroerenderfgoedgemeente. Op dit ogenblik hebben al 19 gemeenten dat gedaan. De voorwaarden waaraan een stad of gemeente moet voldoen om in aanmerking te komen voor zo’n erkenning worden opgelijst in het onroerenderfgoedbesluit. Maar met haar besluit van 14 december 2018 voegt de regering daar elementen aan toe.

Voorwaarden voor erkenning

Om erkend te kunnen worden, moet een gemeente niet alleen beschikken over een onderbouwde beleidsvisie over het actief behoud, maar ook over het gebruik en de mogelijke herbestemming van haar onroerend erfgoed. De beleidsvisie moet niet alleen de archeologische sites, de monumenten en de cultuurhistorische landschappen afdekken, maar ook de stads- en dorpsgezichten. De gemeente ondersteunt niet zomaar enkele vrijwilligers, maar ondersteunt in eerste instantie de erfgoedgemeenschappen die zich inzetten voor het duurzame behoud, het beheer en de ontsluiting van het onroerend erfgoed, en betrekt hen ook bij beslissingen daarover. Essentieel is echter dat de gemeente zich moet engageren om het onroerend erfgoed op haar grondgebied te inventariseren en dat zij instrumenten moet inzetten om het duurzame behoud en beheer ervan te stimuleren.

Elke erkende onroerenderfgoedgemeente moet elk jaar – vóór 30 juni – rapporteren over de uitvoering van haar onroerenderfgoedengagement (behalve in het eerste jaar van haar erkenning).
Dit verruimde takenpakket geldt vanaf 1 januari 2020.

Erkenning na een vrijwillige fusie

Het diversebepalingenbesluit zegt ook wat er met de erkenning gebeurt als een erkende onroerenderfgoedgemeente fusioneert.
In dat geval gaat de erkenning zonder meer over op de nieuw gevormde gemeente. Die gemeente moet dan in haar nieuwe meerjarenplanning toelichten hoe zij vorm zal geven aan het lokale onroerenderfgoedbeleid. Als de nieuwe gemeente geen erkenning ambieert, moet zij expliciet aan het agentschap vragen om haar erkenning in te trekken.
Deze wijziging gaat in op 1 januari 2019, wanneer de eerste vrijwillige fusies plaats vonden.

Lokale gebieden zonder archeologisch erfgoed

Erkende onroerenderfgoedgemeenten kunnen, op basis van waarnemingen en wetenschappelijke argumenten, bepaalde percelen vrijstellen van archeologisch onderzoek omdat daar naar alle waarschijnlijkheid geen archeologisch erfgoed te verwachten valt. Het diversebepalingenbesluit zegt dat er daarvoor een gemeentelijk reglement moet opgemaakt worden, dat de erkende onroerenderfgoedgemeente een plan moet bijvoegen en dat de vrijstelling pas geldt nadat het agentschap die informatie publiek toegankelijk heeft gemaakt op zijn website.
Bij gemeenten zonder erkend onroerenderfgoedstatuut staat het agentschap in voor het afbakenen van de gebieden zonder archeologische erfgoedwaarde.

IOED’s en OE-depots

Het diversebepalingenbesluit sleutelt tot slot aan de erkenningsvereisten voor de gemeenschappelijke intergemeentelijke onroerenderfgoediensten (IOED’s) en voor de specifieke onroerenderfgoeddepots.

Wijzigingen aan het subsidieregime van die IOED’s en depots gelden pas vanaf 1 januari 2020.

Bron: Besluit van de Vlaamse Regering van 14 december 2018 houdende de wijziging van het Onroerenderfgoedbesluit van 16 mei 2014, het Varenderfgoedbesluit van 27 november 2015 en besluit van de Vlaamse Regering van 16 juli 2010 tot bepaling van stedenbouwkundige handelingen waarvoor geen omgevingsvergunning nodig is naar aanleiding van de ex-post evaluatie, BS 27 december 2018 (art. 1, 2°, art. 3-18, art. 49-51, art. 93-107, art. 159 en art. 162 van het diversebepalingenbesluit OE).
Zie ook:
Erkenning als onroerenderfgoeddepot, onroerenderfgoedbesluit.