tel. 015 78 7600
of klant.BE@wolterskluwer.com

Interesse?

Wenst u meer nieuws, praktische informatie en wetgeving over vastgoed?



Renteloze huurwaarborglening moet gezinnen met bescheiden inkomen aan huurwoning helpen

Nieuws - 13/12/2018
-
Auteur(s): 
Carine Govaert


Gezinnen die een woning willen huren op de private woninghuurmarkt, moeten vanaf 1 januari 2019 de verhuiskosten betalen, de huurprijs van de eerste maand én 3 maanden huurwaarborg in plaats van 2. Uit het Groot Woononderzoek van 2013 blijkt echter dat 78% van die gezinnen een inkomen heeft dat lager is dan de inkomensgrenzen voor een bescheiden woning. Om hen door die moeilijke startperiode te helpen, lanceert de Vlaamse regering een renteloze huurwaarborglening. In een uitvoeringsbesluit van 7 december 2018 bepaalt ze welke huurders recht hebben op zo’n renteloze lening.

In dat uitvoeringsbesluit besliste de Vlaamse regering ook dat alleen het Vlaams Woningfonds (VWF) renteloze huurwaarborgleningen mag toestaan. En dit voor een bedrag dat niet hoger mag zijn dan het bedrag van de huurwaarborg dat in de huurovereenkomst staat. Het VWF financiert dus geen verhuis- of andere kosten.

De persoon die een huurovereenkomst ondertekent en daarvoor een huurwaarborglening aanvraagt, moet aan 10 voorwaarden voldoen. De belangrijkste voorwaarden zijn dat de huurder geen onroerende goederen in eigendom mag hebben, dat hij moet ingeschreven zijn in het bevolkingsregister, en dat zijn inkomen lager moet zijn dan de inkomensgrenzen voor bescheiden huur. Het Vlaams Woningfonds vergelijkt daarvoor het inkomen uit het meest recente aanslagbiljet met de inkomensgrenzen uit het bescheidenhuurbesluit van de Vlaamse regering:

Inkomensgrenzen bescheiden huur
Gezinstype
Wettelijk bedrag
Geïndexeerd bedrag in 2018
Alleenstaande zonder personen ten laste
28.167 euro
30.099 euro
Alleenstaande met handicap zonder personen ten laste
30.795 euro
32.907 euro
Andere persoon
45.144 euro
45.144 euro
Verhoging per persoon ten laste
2.630 euro
2.811 euro

Het krediet kan niet hoger zijn dan het bedrag van de huurwaarborg dat vermeld wordt in de huurovereenkomst. Het is bovendien geplafonneerd op 1.800 euro.
Daarop zijn 2 uitzonderingen.

Het plafond kan opgetrokken worden met 12,5% per persoon ten laste, en met maximum 50% voor 4 of meer personen ten laste.

En er kan 10% bij komen wanneer de huurwoning in een stad of in een verstedelijkt gebied ligt. Dat is: in Aalst, Aartselaar, Antwerpen, Bertem, Boechout, Borsbeek, Brugge, De Pinte, Destelbergen, Edegem, Evergem, Genk, Gent, Hasselt, Hemiksem, Hove, Huldenberg, Kontich, Kortenberg, Kortrijk, Leuven, Lint, Mechelen, Melle, Merelbeke, Mortsel, Niel, Oostende, Roeselare, Schelle, Sint-Martens-Latem, Sint-Niklaas, Tervuren, Turnhout, Wijnegem, Wommelgem, Zwijndrecht, of in één van de 35 gemeenten van het arrondissement Halle-Vilvoorde.
Het plafond van 1.800 euro wordt elk jaar geïndexeerd.

De huurder moet de huurwaarborg binnen de 2 jaar terugbetalen, volgens de aflossingstabel die de kredietgever oplegt. In bepaalde gevallen kan die periode ingekort worden tot 12 maanden, of verlengd worden met 6 maanden.
Als een huurder niet terugbetaalt, wordt het OCMW ingeschakeld.

De huurwaarborglening richt zich uitsluitend tot gezinnen met een bescheiden inkomen, en niet tot gezinnen met een laag inkomen die in aanmerking komen voor een sociale woning. Het VWF mag dan ook géén huurwaarborglening sluiten voor een sociale huurwoning.

De eerste huurwaarborgleningen zullen vanaf 1 januari 2019 toegekend worden. Minister van Wonen Liesbeth Homans zal daartoe nog een model van aanvraagformulier publiceren.

Zie ook: